Portret ... van een genadeloze zon cover
Portret ... van een genadeloze zon cover

Portret ... van een genadeloze zon

portret van ...

Tot mijn 16de (dat was in 1965) ben ik tijdens de zomermaanden elk jaar naar Nivérance geweest. Onze hoogtepunten in de vakantie bestonden uit een dagje met de tram naar Linkeroever om mosselen te gaan eten of naar het Nachtegalenpark om daar te picknicken.
Met de komst van 2 nieuwe familieleden (2 schoonbroers) kwam daarin verandering. Zij overtuigden mijn ouders om samen naar het buitenland te gaan.

Naar Spanje
Onze eerste reis ging naar Salou in Spanje. We vertrokken heel vroeg ‘s ochtends. Onderweg zwaaiden we op de autowegen naar elke Belgische auto die we tegenkwamen. In die tijd waren er dat nog niet zoveel. Nu zou het eerder een vermoeiende zaak zijn. We stopten regelmatig om wat te drinken, want het werd behoorlijk warm in de auto en airco hadden we nog niet. Het was dus nodig om af en toe wat verkoeling op te zoeken.
Naarmate we dichter bij onze bestemming kwamen, steeg ons enthousiasme.

De Middellandse Zee
Aangekomen in Salou, installeerden we ons allereerst in ons appartement met een terras, gericht naar de zee. Die zee zag zo blauw als de lucht, waar geen wolkje te bespeuren viel. Het water zag er ongelooflijk verleidelijk uit. We wilden allemaal zo vlug mogelijk naar het strand en het water in. In badpak en voorzien van strandmatjes trokken we er snel naartoe. Een oom had een luchtmatras bij zich om in het water te spelen. Ik kan het geluk, dat ik toen ervaarde, niet onder woorden brengen. Misschien kun je je het wel voorstellen: wij, die elk jaar naar Nivérance gingen, zaten nu op het strand in het zonnige Spanje! We bleven tot in de vooravond in het water. Heerlijk was het! We sprongen, we zwommen, we dartelden, we maakten elkaar nat, ... en regelmatig gingen we om de beurt op de matras liggen en lieten we ons meedrijven met de golven. Hoewel het heel warm was, voelden we daarvan niet zoveel. Ik herinner me het nog zo goed: in het water, op de buik op de matras, weer in het water, op de rug op de matras en zo enkele uren aan één stuk door! Fantastisch!

Een genadeloze zon
Het was inderdaad een heerlijke dag, tot ‘s avonds! Toen begon mijn witte huid erg rood en pijnlijk te worden. Zo rood als een gekookte kreeft mag ik wel zeggen! Armen, benen, buik, schouders, aangezicht, hals, ... alles was verbrand. Ik had me te weinig beschermd tegen de zon, hoewel mijn moeder Piz Buin had gekocht, de eerste zonnebrandcrème die in 1948 op de markt was gekomen. Het laten opdrogen van de waterdruppels, terwijl ik op de luchtmatras lag, had er zeker geen goed aan gedaan. Ik had er in mijn euforie geen aandacht aan besteed, omdat ik er niets van voelde. Het had alleen maar deugd gedaan.

Uit met de pret
De volgende dagen was de deugd ver zoek. Voor mij zat er een tijdje geen strand meer in. Mij kon je de volgende dagen op het overdekte terras vinden, bedolven onder schijfjes komkommer en tomaat, bij een gebrek aan brandwondenzalf. Ik was levende reclame voor een groentewinkel! De anderen, die eerder een bruine huid hadden, hadden aan de waterpret geen roodheid en pijn overgehouden en konden zich rustig verder uitleven.

Een teleurstelling
De enige troost die ik had, was dat ik hoopte dat na de genezing van mijn huid ik wellicht ook een bruin kleurtje zou hebben, maar ook dat werd me na het verdwijnen van de blaren niet gegund.
Tijdens de rest van de vakantie kreeg de zon geen kans meer op mijn van een dikke laag zonnecrème voorziene huid.
Toen we weer thuiskwamen van onze eerste vakantie in het zonnige zuiden, zag ik dus nog even bleek als toen we vertrokken. Dat was een echte domper, want in die tijd was een bruin kleurtje ‘hip’ en een teken van gezondheid en bovendien het bewijs dat je op reis naar het zuiden was geweest. Bij mij was daarvan dus niets te merken!

Tekst: A. Poelmans