Mortsel-Dorp Concerten

Nieuws
Mortsel-Dorp Concerten
Oorlog zindert na in pakkend recital
Het laatste Mortsel-Dorp Concert van dit seizoen vond plaats op zaterdag 18 april. Enkele dagen later – op 22 april – zouden we gedenken hoe exact 100 jaar geleden in Langemark bij Ieper voor het eerst chemisch gas (mosterdgas – later “ieperiet” geheten) werd gebruikt. Eenzelfde gas dat momenteel onder meer in Syrië wordt gebruikt.
Oorlog is van alle tijden en van alle plaatsen. Mede in het raam van de herdenkingen rond W.O. I had de werkgroep dan ook besloten het recital in het teken van dit – allerminst evidente - thema te plaatsen. Een mooie aanvulling op de expo “Op de vlucht voor de Groote Oorlog” die dat weekend in de Sint-Benedictuskerk liep.
Het programma bespeelde overigens weer heel andere registers dan we tot dusver gewend waren. Van registers gesproken: organist Erwin Van Bogaert zette ze al meteen helemaal open bij de Prelude van de 20ste-eeuwse, uit Sint-Niklaas afkomstige componist Camil van Hulse.
De hoofdmoot was weggelegd voor koperkwintet Gabrieli, samengesteld uit solisten van de belangrijkste Belgische orkesten, onder de leiding van Hubert Biebaut, hoornist bij het Nationaal Orkest van België.
Persoonlijk beluisterde ik voor het eerst een uitvoering van het bekende Adagio for Strings (Samuel Barber) door … blazers! De klankkleur oogde dieper en galmde – zeker onder deze akoestisch hemelse kerkgewelven - krachtiger dan strijkers. Maar toegegeven: toch even wennen!
Prayer for Saint-Gregory voor trompet en orgel (componist: Alan Hovhaness – 20ste eeuw) verwees dan weer naar een ander momentum uit de recente geschiedenis dat we enkele dagen later zouden memoreren: de Armeense genocide (24 april 1915). Gregorius Armeniae Illuminator (Gregorius de Verlichter – 4de eeuw) is immers de patroonheilige van de christenen aldaar.
Naast orgel en blazers was er ook ruimte voor hét instrument bij uitstek: de menselijk stem. Sopraan Annelies Meskens bracht Seufzer, Tränen, Kummer, Not uitBachs cantate Ich hatte viel Bekümmernis. Woord en klank gaven een doorleefde invulling aan onzegbare oorlogspijn.
En in Le paysoù se fait la guerre (Henri Duparc °1848) verklankte Annelies met brio het wanhopige mantra J’attends encore son retour. Het lied zoomt in op een ander aspect van het oorlogsleed: de gruwelijke onzekerheid van het “thuisfront”, helemaal in het ongewisse over het lot van de strijdende broer, man of zoon.
Piccolo Fantasia suunmotivo di Franz Liszt (voor orgel) verdient een bijzondere vermelding. Vertrekkend van een kort motief uit één van de latere kleine pianowerken van Franz Liszt, bouwt de componist een rapsodische fantasie op in verschillende fasen die nu eens aan elkaar haken, dan weer onderling tegengesteld zijn. En die componist – Wilfried Westerlinck (tijdens zijn loopbaan onder meer actief in het Amerikaanse Texas en het Poolse Gdansk) was zelf aanwezig. Een bijzonder voorrecht voor werkgroep en publiek!
Een ander hedendaags componist (Frits Celis) was – hoewel verhinderd - toch prominent aanwezig met zijn Hypocriete treurmuziek. Diverse bekende vleugjes vloeiden samen in een muzikale knipoog die zorgden voor een weldoend rustpunt in de opgebouwde spanningsboog.
We besluiten met een streepje poëzie (van Bertus Aafjes) waarmee presentatrice Ilse Van der Aa – in de haar bekende, beheerste en indringende stijl – het geheel omlijstte.
“De wereld scheen vol lichtere geluiden en een soldaat sliep op zijn overjas. (…)
Er viel een vogel, die geen vogel was, niet ver van hem tussen de warme kruiden. En hij werd niet meer wakker, want het gras werd rood, één ieder weet wat dat beduidde.”
Wie dat wou, kon na het concert nog even namijmeren bij de expo waarin het thema van de avond uitgebreid in beeld kwam.
Frank Kloeck