Boekenfoyer juni - Iconen cover
Boekenfoyer juni - Iconen cover

Boekenfoyer juni - Iconen

Boekenfoyer

Iconen, de nieuwe roman van Erik Vlaminck, geeft een ontluisterende kijk op de gang van zaken in een psychiatrisch centrum in het Vlaanderen van de jaren zeventig. Vijftig jaar later komt de auteur er bij ons over vertellen.

Dag Erik, de maker van een icoon stelt zich ondergeschikt aan het werk zelf. Ondergeschikt zijn speelt een rol in je boek, dat ook gaat over bazen die verstek laten gaan ...

Zoals zo vaak en overal, en in dit geval in de psychiatrie. Dit boek speelt zich af in de jaren zeventig, maar ik denk dat machtsmisbruik en onbehoorlijk bestuur nog altijd een rol spelen in zoveel dingen in onze samenleving.

Je verschijnt af en toe zelf in het verhaal, zoals Hitchcock deed in zijn series. Je aanwezigheid bevestigt de waarheid van het gegeven?

Ik hou zelf van boeken waarvan ik weet of besef: dit is echt gebeurd. Dat is met Iconen ook zo, en ik heb een aantal trucs uit de kast gehaald om het de lezer duidelijk te maken: dit is echt gebeurd. Eén van die trucs is het feit dat ik er zelf in rondloop.

1975 is lang geleden, waarom verschijnt het boek pas nu?

Ik ben toen jong en onervaren in de psychiatrie gaan werken, in wat ik de middeleeuwse psychiatrie van Vlaanderen noem. Het ging er vaak onmenselijk aan toe. Ik constateer nu pas als oude man hoe traumatisch dat voor mij geweest is. Waarschijnlijk is dat een van de redenen waarom ik het zolang verborgen in de schuif heb laten liggen.

Je hoofdpersonage worstelt met de wantoestanden. Hij komt in de problemen door verkeerd te oordelen en niet te durven ...

Ik vind hem dus een slechterik, maar in mijn denken bestaan er geen goede en slechte mensen, wit en zwart. Hij zit op een aantal vlakken ergens op die curve, zoals iedereen. Hij is een broeder en is zoals zovelen in het klooster gegaan wegens allerhande, niet- religieuze redenen. Vanaf het moment dat hij daar zit, gaan een aantal regels spelen die in die kloosters speelden; zoals zwijgen. Ik vrees dat dat in de katholieke kerk nog altijd zo is. Ook dat is één van de thema’s van dat boek, het toedekken van potjes. Het zit mijn hoofdpersonage, broeder Medard, als gegoten.

Hij zwijgt en verzwijgt, hij kronkelt als een paling?

Ik laat hem in mijn boek praten tegen zijn moeder die in een rusthuis woont en die nooit antwoordt omdat ze zeer depressief, bijna in coma is. Daarom vertelt hij haar nog meer dan tegen een reagerende mens. Het maakt zelfs dat je het gesprek met haar als een soort biecht zou kunnen beschouwen, iets waar achteraf ook nooit nog over gesproken wordt. Feit dat die moeder nooit reageert, geeft hem de mogelijkheid om voor een keer niet te zwijgen.

Wat gebeurde er allemaal concreet met de mensen in die instelling?

Om te beginnen gebeurde er toen in de psychiatrie met zulke mensen niets: er was geen behandelplan, geen manier van aanpak om met psychiatrische patiënten iets te doen. Tegelijk: bevonden zich bij het personeel vaak goed-menende mensen, maar zowat niemand was geschoold of had een opleiding om iets te doen met patiënten met psychiatrische problemen. Er verbleven in de psychiatrische centra in Vlaanderen medio jaren zeventig bovendien onwaarschijnlijk veel mensen met een verstandelijke beperking, die nu mits speciale en aparte opvang, een betere weg vinden als ze toen konden vinden. Wantoestanden waren legio, mensen moesten in grote slaapzalen slapen en hadden eigenlijk geen enkele privacy, er waren geen voorzieningen voor hen.

De verslagen van die toestanden werden ‘aangepast’?

Meestal moeten dingen de doofpot in. Bijvoorbeeld in het boek is er een jongen met een verstandelijke beperking die, als hij boos is, anderen bijt. Om dat op te lossen, worden zijn tanden getrokken. Laat me duidelijk zijn: al die zaken zijn ook echt gebeurd in psychiatrische centra in die tijd, er waren ook experimenten waarbij men aan heel wat mensen, zonder dat ze het wisten, medicatie toediende om te onderzoeken welke de bijwerkingen waren. Ik vond het belangrijk om die zaken in Iconen te verwerken, vergeetputten moeten opengetrokken worden.

Keerpunt in het boek is het tandentrekken bij die patiënt?

Een broer van die patiënt zegt: ‘Nee, dat kan niet, ik neem dat niet.’ Hij wil die dingen naar buiten brengen. Vanaf dan zit het spel op de wagen.

Toch zit er ook veel humor in het boek ...

Iconen is, zoals al mijn boeken, een roman die over een zeer ernstig onderwerp serieus diep gaat. Voor de lezer moet zoiets ook verteerbaar blijven. Dus moet ik als schrijver een aantal methodes gebruiken om het zware verhaal aangenamer te maken. Eén van die methodes is altijd humor. Ik heb Iconen ook, misschien zelfs meer dan andere boeken van mij, een beetje een thrillergehalte gegeven. Korte hoofdstukjes die eindigen op een cliffhanger, zodanig dat de lezer benieuwd is naar wat gaat gebeuren, waardoor er ook snelheid in het verhaal zit. Het prettige is, dat ik intussen van lezers hoor dat ze het, ondanks alle zwaarte die erin zit, graag gelezen hebben.

Je voelt ook dat je Iconen graag geschreven hebt!

Ik heb het boek graag geschreven, maar ik moest het schrijven, ik had het gevoelen dat ik dit toch ooit weleens naar buiten moest brengen.

Het eindigt met hoe het de personages is vergaan. Het maakt het boek huiveringwekkend echt. Zal dit stof doen opwaaien?

Dat zou weleens kunnen, het zou kunnen dat er bepaalde mensen die in het boek als minder mooi personage voorkomen zeggen: ‘Hé, dat ben ik.’ Als ze dan de vinger opsteken, bekennen ze.

Wat is voor jou de sterkte van je boek?

Ik heb na het schrijven van elk boek, en ik heb er intussen al zoveel geschreven, altijd twijfels. Het prettige is dat ik nu zeer snel reacties van lezers krijg die zeggen: ‘Amai, dit is toch wel straf, ik heb dat in één keer uitgelezen.’ Op zo’n moment gaan die twijfels eindelijk een beetje weg, daarmee ben ik blij.

Iconen van Erik Vlaminck vinden wij een erg boeiend boek, uitgegeven bij Vrijdag.

Roland Bergeys

Iconen
Erik Vlaminck Uitgeverij Vrijdag ISBN : 9789464341515 Hardcover 160 pagina’s

Afbeelding